Stichting
Alde Fryske Tsjerken
|
||
Irene Verbeek geeft kerk eigen gezicht Het tongewelf is in blauwe kleuren geschilderd met een gouden streep in het midden die een kier naar de hemel symboliseert. Naast haar grote schilderijen vallen de betonreliëfs op. Een tegen de muur geplaatst reliëf met de naam ‘Zo zonder meer’ laat een afbeelding van een vrouwenlichaam zien, met los wapperend haar. In het koor ligt op de vloer een betonreliëf met de afdruk van een lichaam in foetushouding. Die houding is opmerkelijk genoeg ook de houding waarin doden in de voorchristelijke tijd vaak begraven zijn. Ineens valt op dat de gekozen plek voor dit reliëf, in het koor, waar vroeger onder de kerkvloer de belangrijkste doden werden bijgezet, geen toeval kan zijn. In de kerk zijn ook voorbeelden te zien van het grafische werk, objecten en boeken van Irene Verbeek. Op de orgelgalerij kunt u video-opnames over haar werk bekijken en heeft u een mooi overzicht van het interieur. Oerkunst De stilte overheerst hier in Raard, in en buiten de kerk. ‘Dit is geen kerk meer,’ zegt een vrijwilliger die een rondleiding geeft. ‘Maar mensen die hier komen zeggen vaak dat ze op deze plek tot rust en bezinning komen.’ De toegangsdeur van gekleurd glas is van Cees Launspach, die in de kerk van Boer werkt. Hij beeldde in het glas een kelk, vis, brood en de Heilige Geest uit, oeroude christelijke symbolen. Ida Gerhardt inspireerde hem tot dit kunstwerk met haar gedicht ‘De disgenoten’.
Tekst: Jelma Knol |
||
Naar boven |