Boze geesten verdrijven
In
Katlijk vindt elk jaar van 21 december tot
1 janauari het Sint Thomasluiden plaats. De twee klokken in de klokkenstoel
naast het kerkhof zijn in de oorlog door de Duitse bezetter in beslag
genomen. Sinds 1952 hangen er nieuwe, die met de hand geluid worden om
in de periode dat de dagen het kortst zijn de boze geesten te verjagen.
Maar wist u dat de inwoners van Katlijk vroeger nog een manier hadden
om boze geesten te verdrijven? Aan de buitenkant van de kerk ziet u in
de koorsluiting een grote korfbogige nis met daaronder een kleine nis.
In dat nisje werd een dodenlicht geplaatst, een lichtje in een lantaarn
dat ook de boze geesten op een afstand moest houden. En dat is nooit verkeerd,
op een kerkhof waar de doden bij voorkeur ongestoord wachten op de Jongste
Dag. Het waren uiteraard wel praktijken, waar de latere strenge calvinisten
niets van moesten hebben. Maar soms was het volksgeloof hardnekkiger dan
de officiële leer.
Al die geruststellende magische gebruiken waarvoor het katholicisme graag
een oogje toekneep, leefden
soms lang voort. En in de negentiende eeuw werden die praktijken gewoon
opnieuw uitgevonden. Het midwinterhoornblazen, dat rond de Kerstdagen
ook in Katlijk plaatsvindt, is zo’n nieuw uitgevonden traditie die
ten onrechte een erg oude indruk maakt. De Thomastsjerke in Katlijk vaart
wel bij dergelijke folklore. Het karakteristieke kerkje heeft steunberen
en is gebouwd van rooswinkels, bakstenen, die een slag kleiner zijn dan
kloostermoppen. Ook het interieur is de moeite waard met zijn vloer van
estrikken, zeventiende-eeuwse kansel en de herenbanken onder de orgelgalerij.
Koster H. Bredewout assisteert geregeld bij de kerkdiensten van de protestantse
gemeente die
’s zomers twee keer en ’s winters een keer per maand plaatsvinden.
Daarnaast zijn er rouw- en
trouwdiensten en zijn er dankzij de uitstekende akoestiek geregeld concerten
en soms cd-opnames. Ook vinden er verschillende activiteiten van Dorpsbelang
plaats. Met de verkoop van kaarten, kaarsen en andere souvenirs probeert
men het onderhoud van de kerk mede te financieren.
Tekst: Jelma Knol
|