Stichting
Alde Fryske Tsjerken
|
||
Kruisbestuiving met de Middeleeuwen Van binnen biedt de kerk de nodige verrassingen. Een grote grafsteen in het midden van de kerk meldt het overlijden van ‘Sybe van Roorda en is gebleven tot Boxum’. Sybe uit Ginnum was nog geen negentien toen hij sneuvelde in die beruchte slag. De Roorda’s waren hier eeuwenlang de adellijke familie. In het koor zijn links roodokeren muurschilderingen te zien: Maltezer kruizen, aangebracht bij de inwijding van het koor en een Turkse knoop. Die knoop laat geen begin of einde zien en is daar mee een symbool voor de oneindigheid van God. De nissen rechts in het koor roepen andere mysterieuze katholieke rituelen op. Van links naar rechts is een opbergnis te zien, daarnaast in de zuidmuur
een kleine nis voor de ampullen, vervolgens onder het raam de piscina
met zijn afvoergaatje naar buiten en dan een grote nis, waarin mogelijk
de priesterzetel stond. Buiten aan de noordkant verraadt een dichtgemetselde
boog dat daar vroeger een uitbouw heeft gezeten, een sacristie waarin
het gewijde vaatwerk en de priestergewaden bewaard werden. In devijftiende-eeuwse
toren zit een smeedijzeren uurwerk uit 1564 in en twee klokken. Het uurwerk
wordt straks zo geplaatst dat bezoekers hem goed kunnen zien. De oudste,
kleine klok is van 1344, gegoten door ene Stephanus (Stephanus Me Fecit),
de grootste is van 1490 (gieter onbekend) en in 1996 geheel gerestaureerd.
Het doopvont uit 1540 wordt in het Fries Museum bewaard. De kerk heeft
nooit de beschikking gehad over een orgel. De gemeente zong zonder begeleiding,
a capella, waarbij ingezet werd door de voorzanger. Tekst: Jelma Knol |
||
Naar boven |